RIO - ROI
KONINKLIJKE NATIONALE VERENIGING
VAN DE RESERVEOFFICIEREN VAN BELGIË vzw
(KNVRO vzw)
(ondernemingsnummer 408649617)
REGLEMENT VAN INWENDIGE ORDE
(versie 2012)
(goedgekeurd door de RvB van KNVRO vzw op 07 Mar 2012 en 28 Mar 2012)
HOOFDSTUK R.01 - VASTGELEGDE AFKORTINGEN EN WIJZIGINGEN
R.01 VOORWERP EN GELDIGHEID
Dit Reglement van Inwendige Orde (RIO) werd opgesteld overeenkomstig artikel S.01.8 b van de statuten. Het bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van de algemene principes vastgelegd in de statuten. De nummering van de artikelen van de statuten en van het RIO loopt parallel.
R.01.0 GEBRUIKTE AFKORTINGEN
AV Algemene Vergadering
CB Centraal Bureau
CIOMR Confédération Interalliée des Officiers Médicaux de Réserve
CIOR Confédération Interalliée des Officiers de Réserve
EL Effectief Lid
Gpg Groepering(en)
KNVRO Koninklijke Nationale Vereniging van de Reserveofficieren van België vzw
LO Verbindingsofficier
MOD Minister van Landsverdediging
OVz Ondervoorzitter
R artikel van het RIO
RIO Reglement van Inwendige Orde
RM Reservemilitair
RO Reserveofficier
RvB Raad van Bestuur
S artikel van de Statuten
StChef Stafchef
TB Toegevoegd Bureau
URNOR Union Royale Nationale des Officiers de Réserve de Belgique asbl
Vz Voorzitter KNVRO
R.01.1 PUBLICATIE EN WIJZIGINGEN
De Statuten van KNVRO verschenen in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 02 Feb 1935 en de wijzigingen in deze van 16 Mar 1935, 13 Mei 1939, 20 Mei 1965, 15 Mar 1973, 24 Jun 1976, 05 Feb 1981, 23 Sep 1986, 30 Aug 1990, 24 Dec 1998, 19 Okt 2000 en 17 Aug 2005.
R.01.2 AANSLUITING EN VERBOND
De RvB mag de aansluiting van KNVRO bij bredere verbonden, bestaande uit verenigingen met gelijkaardig doel toestaan.
R.01.3 INTERNATIONALE VERENIGINGEN
- KNVRO is aangesloten bij de Confédération Interalliée des Officiers de Réserve (CIOR, in het Engels Interallied Confederation of Reserve Officers, ICRO). KNVRO heeft er recht op één stem in het Uitvoerend Comité, bij monde van zijn delegatieleider (de Belgische Ondervoorzitter of VP CIOR(BE); cf R.07.12.4).
- KNVRO werkt samen met de Confédération Interalliée des Officiers Médicaux de Réserve (CIOMR) via de Koninklijke Nationale Vereniging van de Medische Militaire Reserve (KNVRMMR). KNVMMR heeft er recht op één stem in het Uitvoerend Comité, bij monde van zijn delegatieleider (de Belgische Ondervoorzitter of VP CIOMR(BE)). De delegatieleider wordt in gemeenschappelijk overleg aangeduid door de Vz van KNVRO en de Vz van KNVMMR, overeenkomstig de conventie opgesteld tussen deze beide verenigingen.
HOOFDSTUK R.02 - ORGANISATIE
R.02.1 De Gpg vormen de basis van de organisatie van KNVRO.
R.02.11 CATEGORIEËN
- Plaatselijke of regionale Gpg van RM van alle Componenten, Wapens en Diensten.
- Gpg die RM per Component, Wapen of Dienst, per eenheid, rang of hoedanigheid verenigen.
R.02.12 TAALSTELSEL TEGENOVER KNVRO
- De plaatselijke of regionale Gpg worden beschouwd te behoren tot het wettig taalstelsel van de plaats waar zij hun zetel hebben gevestigd.
- De Gpg die de RM van een zelfde eentalige eenheid groeperen, worden verondersteld te behoren tot het militair taalregime van die eenheid; de andere zijn:
- eentalig indien al hun leden tot hetzelfde militair taalregime behoren;
- tweetalig in het tegenovergestelde geval.
- De tweetalige Gpg mogen voor hun administratieve betrekkingen met KNVRO beide werktalen van KNVRO gebruiken.
- De Gpg opgericht in het Duits taalgebied moeten voor hun administratieve betrekkingen met KNVRO het Frans gebruiken.
R.02.13 DOELSTELLINGEN
- De plaatselijke of regionale Gpg zetten zich in voor:
- het aanhalen van de vriendschaps- en samenhorigheidsbanden tussen hun leden,
- het verstrekken van algemene militaire informatie en het bevorderen van algemene militaire vervolmaking,
- het leggen van contacten met andere groeperingen van KNVRO, met de RM in het algemeen, met de militaire en burgerlijke plaatselijke of regionale autoriteiten en met de onderwijsinstellingen van hun streek.
- De nationale verenigingen zetten zich in voor:
- het aanhalen van de vriendschaps- en de samenhorigheidsbanden tussen hun leden,
- het verstrekken van gespecialiseerde militaire informatie en het bevorderen van gespecialiseerde militaire vervolmaking,
- het leggen van contacten met andere groeperingen van KNVRO, met de RM van hun specialiteit, met de militaire overheden van hun niveau.
R.02.14 INKOMSTENBRONNEN
De Gpg verkrijgen hun inkomsten uit:
- jaarlijkse bijdragen betaald door hun leden, waarvan het bedrag vastgesteld wordt door de AV van elke Gpg,
- subsidies van KNVRO,
- giften en andere middelen.
R.02.15 VERPLICHTINGEN VAN DE GROEPERINGEN
De groeperingen zijn er toe gehouden:
- De aan KNVRO verschuldigde bijdragen te betalen voor al hun leden die volgens de KNVRO lijsten gekozen hebben voor die Gpg als eerste aansluiting (zie R.03.13).
Deze betaling gebeurt in twee schijven, nl. op 30 april en op 31 oktober. Het bedrag van de eerste schijf moet gelijk zijn aan de jaarlijkse bijdrage verschuldigd voor een aantal leden gelijk aan twee derden van het aantal leden van het vorige jaar. Die bijdrage is niet terug betaalbaar door KNVRO. De tweede schijf moet overeenkomen met de bijdrage voor alle leden op 30 september, verminderd met het reeds betaalde bedrag.
- Op de vervaldag van 30 april, aan het secretariaat van KNVRO mee te delen welke leden regelmatig ingeschreven zijn. Op de vervaldag van 30 september moeten de ondertussen ingeschreven leden meegedeeld worden. Na deze datum worden bijkomende inschrijvingen enkel aanvaard als KVNRO de betaling van de jaarlijkse bijdrage ontvangt voor 31 december.
- Het KNVRO-secretariaat onmiddellijk te verwittigen wanneer een lid niet langer bij KNVRO aangesloten is ongeacht of dat gebeurde op zijn aanvraag of door een beslissing van de Gpg.
- Jaarlijks, ten gepaste tijde om de verplichtingen van R.02.15.f na te komen, hun leden samen te roepen in AV. Deze AV moet ondermeer de EL van KNVRO aanduiden en het groeperingsbestuur verkiezen onder zijn bij KNVRO aangesloten of toegetreden leden.
- De lijst van hun EL, overeenkomstig R.04.25, over te maken aan het secretariaat van KNVRO op diens verzoek.
- De lijst van hun kandidaat-bestuurders, overeenkomstig R.05.22, over te maken aan het secretariaat van KNVRO op diens verzoek.
- Op 15 juni, 15 november en 20 december de subsidieaanvragen over te maken aan het secretariaat van KNVRO, overeenkomstig R.02.14.b en het financieel reglement.
- De mededelingen en publicaties die zij van KNVRO hebben ontvangen onder hun leden te verspreiden.
R.02.2 ERKENNING VAN DE GROEPERINGEN
R.02.21 VOORWAARDEN
Om door KNVRO erkend te worden en te blijven, moet een Gpg:
- beantwoorden aan alle criteria vermeld in R.02.13 en R.02.15.
- als leden met hoofdaansluiting bij KNVRO, minstens 10 aangesloten of toegetreden leden tellen,
- zich verbinden om de statuten, het RIO en de beslissingen van KNVRO te eerbiedigen.
R.02.22 PROCEDURE
Het verzoek om erkenning moet bij de RvB van KNVRO ingediend worden volgens de criteria en voorwaarden opgesomd in R.02.21.
De RvB van KNVRO beslist soeverein, bij eenvoudige meerderheid, over de ingediende aanvraag om erkenning.
Bij negatieve beslissing zullen de bezwaren van de RvB meegedeeld worden aan de aanvrager, die zijn aanvraag opnieuw mag indienen, rekening houdend met de bezwaren.
De RvB mag zijn toestemming tot toetreding voorwaardelijk maken gedurende het eerste jaar.
Na haar toetreding moet de Gpg op al haar documenten melding maken van haar aanvaarding en onmiddellijk de eerste schijf van de jaarlijkse bijdrage regelen.
R.02.23 SCHRAPPING: zie S.02.4
HOOFDSTUK R.03 - LEDEN
R.03.1 AANSLUITING
R.03.11 INSCHRIJVING
De leden van een erkende Gpg, worden slechts als lid KNVRO aangezien indien volgende formaliteiten werden vervuld:
- de Gpg moet de nodige inlichtingen aan het secretariaat van KNVRO overgemaakt hebben.
- de Gpg moet de verschuldigde bijdrage (zie R.02.15) op de rekening van KNVRO gestort hebben.
R.03.12 SOORTEN
- via de erkende Gpg:
- aangesloten lid: zie S.03.1 en S.03.2.a.
- effectief lid (EL): aangesloten lid, door zijn groepering afgevaardigd bij de AV van KNVRO, overeenkomstig R.04.25 en zie S.04.1 en S.04.2.
- toegetreden lid: zie S.03.2.b.
- sympathiserend lid: zie S.03.1 en S.03.03.a.
- rechtstreeks bij KNVRO:
- toegetreden lid: zie S.03.1 en S.03.2.
- sympathiserend lid of erelid: zie S.03.3.
R.03.13 MEERVOUDIGE AANSLUITINGEN
De RM mag gelijktijdig bij verschillende KNVRO-Gpg aangesloten zijn. Hij zal kiezen welke aansluiting hij als eerste aansluiting beschouwt.
Zijn andere aansluitingen als bijkomende aansluitingen beschouwd; zij geven geen aanleiding tot betaling van een KNVRO-bijdrage door de Gpg en komen niet in aanmerking voor het berekenen van het aantal EL van de groepering.
Hij zal de Gpg op de hoogte brengen van zijn keuze.
R.03.14 KNVRO-BIJDRAGE
Het bedrag van de KNVRO-bijdrage wordt jaarlijks bij beslissing van de AV, op voorstel van de RvB, vastgesteld voor het volgend jaar.
R.03.2 ONTSLAG
De Gpg is verplicht KNVRO zo vlug mogelijk te verwittigen van het ontslag van een van zijn leden tijdens het jaar.
R.03.3 SCHRAPPING
- De AV van een Gpg kan met twee derde meerderheid een van haar leden schrappen. Dergelijke schrapping sluit automatisch een schrapping in als KNVRO-lid in hoofde van de betrokken Gpg.
- De Gpg is verplicht het secretariaat KNVRO zo vlug mogelijk te verwittigen van dergelijke schrapping. (zie R.02.15.c)
- Wanneer de Gpg niet wil dat het door haar geschrapte lid verder lid blijft van KNVRO of het wordt via een andere erkende Gpg, dient zij dat, met vermelding van haar motieven, uitdrukkelijk mee te delen aan KNVRO.
R.03.4 VERLIES VAN LIDMAATSCHAP
- Verliest van ambtswege de hoedanigheid van lid, hij die ophoudt te voldoen aan de voorwaarden opgesomd in R.03.11, R.03.12, R.03.2 of waarvan de Gpg ophoudt te voldoen aan de voorwaarden vermeld in R.02.21.
- Kan bij tuchtmaatregel uitgesloten worden door beslissing van de AV/KNVRO, met een twee derde meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde EL, een lid dat ernstig tekort gekomen is aan zijn plichten als militair of dat zou gepoogd hebben KNVRO van zijn maatschappelijk doel af te leiden. In afwachting van de beslissing van de AV mag de RvB/KNVRO bij twee derde meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders beslissen tot tijdelijke schorsing.
- Noch de oud-leden, noch hun erfgenamen, kunnen enige rechten laten gelden op de bezittingen van KNVRO. Zij kunnen noch de terugbetaling vragen van de gestorte bedragen, noch de teruggave van rekeningen, noch de inventaris eisen, noch de zegels laten leggen.
HOOFDSTUK R.04 - ALGEMENE VERGADERING (AV)
R.04.1 SAMENSTELLING
De AV is samengesteld uit:
- met stemrecht: de EL aangeduid door de Gpg om hen te vertegenwoordigen (R.03.12 a-2)
- met raadgevende stem en recht tot tussenkomst, maar zonder stemrecht:
- de leden van het CB, die geen EL zijn,
- de uittredende bestuurders, die geen EL zijn,
- de rekeningtoezichters, die geen EL zijn.
- zonder raadgevende stem, noch recht tot tussenkomst, noch stemrecht: de andere leden van KNVRO.
R.04.2 VERKIEZING EN MANDAAT VAN DE EFFECTIEVE LEDEN (EL)
R.04.21 VERKIESBAARHEID
De EL moeten aangesloten lid zijn.
R.04.22 KANDIDATUUR
De EL worden afgevaardigd door hun Gpg.
R.04.23 AANTAL
De Gpg hebben recht op ten minste één EL en een bijkomend EL per begonnen schijf van twintig aangesloten leden met een eerste aansluiting, die reglementair ingeschreven werden, volgens R.02.15.b, op het secretariaat van KNVRO voor 31 december voorafgaand aan de AV en waarvan de jaarlijkse bijdrage werd betaald.
R.04.24 TAALROL
De Gpg die EL van de beide taalrollen hebben, moeten hun leden van de Nederlandse en van de Franse militaire taalrol afzonderlijk tellen om verhoudingsgewijs hun EL van de Nederlandse en de Franse taalrol te bepalen, zonder nochtans het aantal EL vastgelegd in R.04.23 te overschrijden.
R.04.25 AANVAARDING
Om op reglementaire wijze tot de AV toegelaten te worden moeten de EL bekend gemaakt zijn aan het secretariaat van KNVRO, met vermelding van de militaire taalrol waartoe zij behoren.
R.04.26 DOCUMENTATIE
De Gpg mag aan het secretariaat KNVRO de Statuten en het RIO vragen voor zijn leden die voor de eerste keer als EL KNVRO aangeduid worden.
R.04.3 BEVOEGDHEDEN EN MACHTEN
R.04.31 De AV mag in haar schoot commissies oprichten die belast zijn met het onderzoek van bijzondere problemen.
R.04.32 De AV mag om het even welke buitenstaander uitnodigen haar voor te lichten of gespecialiseerde waarnemers aanduiden.
R.04.4 VERGADERINGEN
R.04.41 SAMENROEPING
De AV wordt samengeroepen door een omzendbrief met vermelding van de agenda. Deze omzendbrief wordt ten minste veertien dagen op voorhand gestuurd naar de EL, aangeduid volgens R.04.21 tot 24.
R.04.42 AGENDA
De agenda wordt vastgelegd door de RvB in de zitting voorafgaand aan de AV.
R.04.43 STEMMING VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE RvB
Wanneer de EL zich aanbieden om de aanwezigheidslijst te ondertekenen, ontvangen ze de stembiljetten.
R.04.44 QUORUM
De AV beslist geldig zodra de helft plus één van de EL aanwezig of rechtsgeldig vertegenwoordigd zijn volgens de handtekeningen op de aanwezigheidslijst, behoudens door de wet bepaalde bijzonder quorum.
R.04.45 STEMOPNEMERS
Twee stemopnemers, die noch kandidaat-bestuurders noch lid van het uittredend CB zijn, waarvan de ene behoort tot de Nederlandse en de andere tot de Franse militaire taalrol, worden bij het begin van iedere AV aangesteld onder de EL.
R.04.46 STEMMING TIJDENS DE AV
- Elk EL beschikt over één stem.
- Elk EL, aanwezig op een AV, mag maximaal twee volmachten gebruiken van andere EL
- Onverminderd art R.03.4.2 en de bijzondere meerderheden opgelegd door de wet betreffende de VZW’s beslist de AV bij eenvoudige meerderheid.
- De stemming gebeurt normaal openbaar.
De Vz of één van zijn medewerkers zal achtereenvolgens elk EL uitnodigen om zich uit te spreken. Het EL moet zich duidelijk uitspreken: “ja” (of voor), “neen” (of tegen), “onthouding”.
Met het doel de werkzaamheden te verkorten heeft de voorzitter van de AV het recht af te zien van een hoofdelijke stemming wanneer hij unanimiteit of een duidelijke meerderheid vaststelt. Eventuele opposanten mogen hun afkeuring doen opnemen in de notulen.
- Met het doel de AV voor te lichten mag de voorzitter sommige EL uitnodigen om hun onthouding te motiveren.
- Indien de AV zich moet uitspreken over een aangelegenheid die een persoon betreft gebeurt de stemming geheim.
- De stemming is eveneens geheim als de Vz of een derde van de aanwezige en vertegenwoordigde EL daarom verzoeken.
R.04.47 KWIJTING VAN DE BESTUURDERS EN DE REKENINGTOEZICHTERS
- Twee rekeningtoezichters en twee plaatsvervangers (van vier verschillende Gpg) worden bij iedere jaarlijkse gewone AV aangeduid onder de aangesloten leden om de rekeningen na te zien gedurende het jaar dat de volgende jaarlijkse gewone AV, waarop ze hun rapport zullen uitbrengen, voorafgaat.
- De uittredende bestuurders mogen niet deelnemen aan de stemming over de kwijting van de bestuurders, noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks bij volmacht.
R.04.5 VOORZITTERSCHAP VAN DE AV
R.04.51 Algemene regel: de AV wordt voorgezeten door de Vz of bij diens afwezigheid door een OVz conform art. R.06.3.
R.04.52 De AV samenvallend met het einde van het mandaat van de Vz, wordt van het begin tot het einde, geleid door de uittredende Vz, met inbegrip van de verkiezingsoperaties van de nieuwe RvB.
R.04.6 PROCES-VERBAAL
Het register dat bij iedere AV uitsluitend ter beschikking is van de EL, mag eveneens geraadpleegd worden op het secretariaat van KNVRO, na verzoek aan de Vz.
Uittreksels worden slechts verstrekt met toestemming van de RvB/KNVRO op gemotiveerd schriftelijk verzoek. Twee bestuurders moeten het PV van de AV ondertekenen “voor echt verklaard”.
HOOFDSTUK R.05 - RAAD VAN BESTUUR (RvB)
R.05.1 SAMENSTELLING
De RvB is samengesteld uit bestuurders die door de AV verkozen werden om KNVRO te besturen.
De leden van het CB nemen deel aan de RvB met raadgevende stem.
R.05.2 VERKIEZING EN MANDAAT
R.05.21 VERKIESBAARHEIDSVOORWAARDEN
De kandidaten moeten EL zijn.
De kandidaturen moeten, ondertekend door de kandidaten, ingediend worden door de Gpg en op het secretariaat van KNVRO toekomen ten laatste op de datum vermeld op het verzoek daartoe.
De tweetalige Gpg die EL van beide taalrollen hebben, zijn verplicht kandidaten voor te stellen van de twee taalrollen (Frans en Nederlands).
R.05.22 KANDIDATUREN
De Gpg mogen afzonderlijk maximaal drie kandidaten voorstellen in hun taalrol en afzonderlijk voor:
- de eerste stembeurt: één kandidaat,
- de volgende stembeurten: twee kandidaten.
De tweetalige Gpg mogen, indien zij dat wensen, één Franstalige en één Nederlandstalige kandidaat voorstellen voor de eerste stembeurt, die beide verkiesbaar zijn.
De tweetalige Gpg mogen voor de volgende stembeurten twee kandidaten per taalrol voorstellen.
Per kandidaat dienen de naam, de voornaam, de taalrol, de graad en de datum waarop zij zijn toegetreden tot de reserve vermeld te worden.
R.05.23 STEMMING
R.05.23.1 Ieder aanwezig of vertegenwoordigd EL beschikt over één stem per stemronde.
R.05.23.2 Zij spreken zich uitsluitend uit over de kandidaten van hun eigen militaire taalrol.
R.05.23.3 Het aantal verkozenen die tot dezelfde Gpg behoren mag maximaal drie bedragen.
R.05.23.4 De eerste stemronde: één enkele kandidaat per taalrol en per Gpg kan verkozen worden. Voor de tweetalige groeperingen kunnen twee kandidaten, één per taalrol, verkozen worden.
R.05.23.5 Indien de eerste stemronde niet toelaat het statutaire aantal bestuurders te verkiezen, zal de AV overgaan tot een of meerdere bijkomende stemrondes:
- Zullen verkozen zijn de kandidaten die per taalrol het grootst aantal stemmen hebben bekomen, rekening houdend met punt c.
- Indien voor het (de) laatste mandaat (-aten) die te begeven is (zijn) er gelijkheid van stemmen is, dan zal (zullen) de kandidaat (-aten) die het eerst toegetreden zijn tot de reserve verkozen zijn.
- Wanneer er geen voldoende vooraf ingeschreven kandidaten overblijven voor de laatste mandaten, mag de Voorzitter van de AV akte nemen van spontane kandidaturen van de aanwezigen, rekening houdend met R.05.24.1.
R.05.24 HERVERKIEZING
De uittredende bestuurders zijn herverkiesbaar.
R.05.3 QUORUM EN STIPTHEID
R.05.31 Indien het quorum niet bereikt wordt, mag de Vz niettegenstaande art S.05.3.d beslissen de aanwezige bestuurders te informeren.
R.05.32 Indien een bestuurder, in de loop van een mandaat op drie al of niet opeenvolgende vergaderingen afwezig blijft zonder zich te laten vertegenwoordigen met gebruikmaking van volmachten, kan de RvB, nadat hij hem uitgenodigd heeft om uitleg te geven, zijn schorsing uitspreken. Zijn vervanging zal gebeuren volgens R.05.8.
R.05.4 BEVOEGDHEID
R.05.41 COMMISSIES EN VERZOENINGSRAAD
R.05.41.1 In zijn schoot mag de RvB commissies oprichten om bijzondere problemen te onderzoeken.
R.05.41.2 De RvB mag een verzoeningsraad samenstellen bestaande uit vier leden waarvan twee mogen voorgesteld worden door de betrokken Gpg of RM.
Deze verzoeningsraad wordt voorgezeten door de Vz of door een door hem aangeduide OVz.
Deze verzoeningsraad wordt belast met het vinden van een minnelijke oplossing voor iedere betwisting over de toepassing van de statuten of het RIO of over erezaken.
Bij gebrek aan verzoening zal de verzoeningsraad een beknopt verslag opmaken, dat de onderscheiden standpunten weergeeft.
R.05.42 Om zich voor te lichten mag de RvB personen vreemd aan de RvB uitnodigen of gespecialiseerde waarnemers aanduiden.
R.05.5 VERGADERINGEN
R.05.51 KALENDER
- De vergaderkalender van de RvB wordt door de Vz tijdens de eerste RvB die volgt op de AV meegedeeld.
- De verkozen leden van een nieuwe RvB komen onmiddellijk samen, tijdens een daartoe door de voorzitter van de AV besloten onderbreking van de AV, om een nieuwe Vz te verkiezen.
Deze speciale zitting van de RvB wordt voorgezeten door de bestuurder met de grootste anciënniteit in de hoogste graad.
R.05.52 STEMMING
R.05.52.1 De RvB beslist bij eenvoudige meerderheid tenzij een andere meerderheid voorgeschreven is door de statuten of het RIO.
R.05.52.2 De stemming gebeurt normaal openbaar. De voorzitter van de vergadering of één van zijn medewerkers zal achtereenvolgens elke bestuurder uitnodigen om zich uit te spreken. De bestuurder moet zich duidelijk uitspreken: “ja” (of voor) “neen” (of tegen) “onthouding”.
R.05.52.3 Met het doel de werkzaamheden te verkorten heeft de voorzitter van de vergadering het recht om eerst de RvB te vragen of een beslissing bij unanimiteit of met een grote meerderheid mogelijk is.
R.05.52.4 Om de vergadering voor te lichten mag de voorzitter van de vergadering de bestuurders uitnodigen om hun onthouding te motiveren.
R.05.52.5 Indien de RvB zich moet uitspreken over een aangelegenheid die een persoon betreft, gebeurt de stemming geheim.
R.05.52.6 De stemming is eveneens geheim wanneer de Vz of een derde van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders daarom verzoeken.
R.05.53 PROCES-VERBAAL
Een proces-verbaal van de debatten van de RvB wordt opgesteld bij elke zitting en onderworpen aan de goedkeuring van de volgende RvB. Het PV wordt vervolgens door twee bestuurders ondertekend en gearchiveerd.
R.05.6 VOORZITTERSCHAP
De Vz zit de RvB voor.
Indien de Vz verhinderd is wordt de RvB voorgezeten door zijn vervanger (zie R.06.3).
R.05.7 VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE BESTUURDERS
R.05.71 Onverminderd de geprivilegieerde band van de bestuurders met hun eigen Gpg, moeten zij in de schoot van de RvB de doelstellingen van KNVRO nastreven in het belang van alle RM.
R.05.72 De beslissingen van KNVRO verbinden de bestuurders niet persoonlijk. Hun verantwoordelijkheid beperkt zich tot de uitoefening van hun mandaat en tot de fouten begaan tijdens hun bestuur.
R.05.8 ONTSLAG, OVERLIJDEN EN AFZETTING VAN EEN BESTUURDER
R.05.81 In geval van overlijden, ontslag of afzetting van een bestuurder duidt zijn Gpg een waarnemer aan bij de RvB in afwachting van de volgende AV.
R.05.82 De bestuurder die op eervolle wijze gedurende de uitoefening van zijn mandaat uit de kaders treedt mag bestuurder blijven tot de volgende AV.
R.05.83
- Met twee derde meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders mag de RvB het mandaat schorsen van een bestuurder aan wie hij zware fouten ten laste legt of fouten die schadelijk zijn voor KNVRO, dit na de betrokkene uitgenodigd te hebben zich te verrechtvaardigen. De RvB moet binnen drie maanden een AV bijeenroepen die over de vraag tot afzetting moet beslissen.
- Hij kan tijdens de AV aan de EL van dezelfde taalrol vragen de afzetting uit te spreken en ondertussen voorzien in zijn vervanging volgens art. R.05.81.
HOOFDSTUK R.06 - DE VOORZITTER (Vz)
R.06.1 VERKIESBAARHEIDSVOORWAARDEN
Voorwaarden waaraan de Vz moet voldoen:
- bestuurder zijn,
- hoofdofficier zijn.
R.06.2 VERKIEZING EN MANDAAT
R 06.21 KANDIDATUUR
De kandidaturen moeten schriftelijk toekomen op het secretariaat van KNVRO minstens vijftien kalenderdagen voor de AV die het einde van het mandaat van de Vz in functie voorafgaat. De kandidatuur voor hernieuwing van het mandaat dient onder dezelfde voorwaarden te gebeuren.
R.06.22 VERKIEZING
De Vz wordt door de RvB tijdens de opschorting van de AV (zie R.05.51) die de RvB heeft samengesteld, verkozen onder de kandidaten volgens R.06.21 of bij gebrek aan kandidaten onder de bestuurders die voldoen aan de criteria van R.06.1.
Indien er meer dan twee kandidaat Vz zijn en indien na drie stemrondes geen enkele kandidaat de statutaire meerderheid van twee derden (zie S.06.02) heeft behaald, zullen slechts de twee best gerangschikte kandidaten na de derde stemronde kunnen deelnemen aan de volgende stemronden.
R.06.23 BEPERKINGEN
De bestuurders die hun kandidatuur gesteld hebben mogen niet deelnemen aan de stemming.
R.06.24 VERVANGING ALS GEWONE BESTUURDER
Na zijn verkiezing wordt de Vz door de AV als gewone bestuurder vervangen met toepassing van de artikels R.05. Hetzelfde geldt voor de andere kandidaten voor het voorzitterschap indien zij ontslag nemen als bestuurder voor de hervatting van de AV.
R.06.3 PREROGATIEVEN
R.06.31 Alle zittingen van de AV, van de RvB en van het CB moeten voorgezeten worden door de Vz. Na zijn aantreding duidt de Vz zijn vervangers aan en informeert, schriftelijk of per mail, de RvB en het CB. Hij doet dat ook bij elke latere wijziging.
R.06.32 De voorzitter van de vergaderingen leidt de debatten. Het komt hem alleen toe de zitting te openen, het woord te geven of te weigeren, de stemming te openen en de resultaten te laten opnemen, de zitting te sluiten en elke beslissing te nemen die hij noodzakelijk acht voor het goede verloop van de vergadering.
R.06.4 BUREAU(S): zie R.07.
R.06.5 AFZETTING
R.06.51 PRINCIPE
De Vz kan enkel afgezet worden door de RvB.
R.06.52 VERZOEK
De afzetting moet gevraagd worden door minstens een derde van de bestuurders van elke taalrol.
R.06.53 ONDERZOEK
De RvB beslist, bij twee derde meerderheid van de aanwezige en vertegenwoordigde bestuurders, het verzoek tot afzetting te onderzoeken.
R.06.54 COMMISSIE
Met uitsluiting van diegenen bedoeld in R.06.52 stelt de RvB een commissie samen van drie van zijn leden waar hij een OVz als waarnemer en secretaris aan toevoegt.
R.06.55 BESLISSING
De RvB spreekt zich met twee derde meerderheid van alle aanwezige en vertegenwoordigde bestuurders uit over het voorstel van voorstel tot afzetting of over de vertrouwensmotie, geformuleerd door de commissie.
R.06.56 MEDEDELING AAN DE AV
De RvB roept zonder uitstel een buitengewone AV samen om ze officieel in te lichten over de afzetting.
R.06.6 VOORLOPIGE VERVANGING
R.06.61 De Vz tegen wie een afzettingsprocedure aanhangig gemaakt is, moet zich voorlopig laten vervangen.
R.06.62 Indien de Vz niet handelt volgens R.06.61 mag de RvB hem laten vervangen overeenkomstig R.06.3.
R.06.63 De Vz waarvan de afzetting bevestigd wordt moet vervangen worden door de RvB tijdens de buitengewone AV speciaal samengeroepen om van deze afzetting kennis te nemen met toepassing van R.06.22 tot 24.
HOOFDSTUK R.07 - BUREAU(S)
R.07.1 CENTRAAL BUREAU (CB)
R07.11 SAMENSTELLING
Naast de Vz en de leden die onontbeerlijk zijn voor de goede werking van KNVRO bestaat het CB ten minste uit:
- een OVz per militaire taalrol,
- een stafchef (StChef),
- een verbindingsofficier (LO) per internationale vereniging vermeld in R.01.3.
Eenzelfde persoon mag verschillende functies op zich nemen.
R.07.12 BENOEMING
R.07.12.1 De Vz kan vrij zijn medewerkers kiezen tussen de aangesloten leden. Hij zal het aantal leden van het Bureau zoveel mogelijk beperken.
R.07.12.2 De Vz stelt de leden van zijn CB ter goedkeuring voor aan de RvB.
R.07.12.3 De leden van het CB die eervol uit het reservekader treden mogen hun mandaat beëindigen.
R.07.12.4 De Vz is ambtshalve VP/CIOR (BE) maar hij mag beslissen zich in die functie te laten vervangen door de LO/CIOR.
R.07.12.5 Tussen de speciale vergadering van de RvB waarop de Vz wordt aangeduid en de eerste normale vergadering van de nieuwe RvB, mag de Vz een beroep doen op de bevoegdheden die hij nodig acht voor de goede werking van KNVRO, o.a. op de titularissen van de neergelegde handtekeningen.
R.07.12.6 Bij overlijden, ontslag of afzetting van de Vz, blijft het Bureau, voorgezeten door zijn vervanger (R.06.3), in functie tot de verkiezing van een nieuwe Vz.
R.07.13 BEVOEGDHEDEN
Bij samenstelling van het Bureau, stelt de Vz een technisch reglement op dat de opdrachten en verplichtingen van elk lid van het Bureau vastlegt. Dit technisch reglement wordt meegedeeld aan de RvB bij de voorstelling van de leden van het Bureau.
R.07.2 TOEGEVOEGD BUREAU (TB)
De adjuncten van de leden van het CB vormen het TB. Zij staan de leden van het CB bij in de uitoefening van hun opdracht en krijgen specifieke taken toebedeeld.
Tijdelijk kunnen, met speciale opdrachten belaste medewerkers aan hen toegevoegd worden.
R.07.3 ONDERTEKENING
- De akten die KNVRO tegenover derden verbinden moeten ondertekend worden door de Vz en twee bestuurders.
- De dagelijkse briefwisseling wordt ondertekend door de Vz, een OVz of het betrokken lid van het CB. De kopie voor het archief moet geparafeerd worden door de Vz.
De uittreksels of de copies van de verslagen van de AV, van de RvB of van het CB of van andere nationale bijeenkomsten, die verstrekt moeten worden aan leden of belanghebbende derden moeten ondertekend worden door de secretaris en tegengetekend door de Vz of zijn vervanger (R.06.3).
R.07.4 VERGADERINGEN
R.07.41 KALENDER
Het CB vergadert minstens vijfmaal per jaar, afwisselend met de vergaderingen van de RvB. Het CB kan daarenboven samengeroepen worden telkens één vierde van de leden van het CB erom verzoekt of wanneer de Vz het nodig acht.
De leden van het TB kunnen op deze vergaderingen uitgenodigd worden.
R.07.42 VOORZITTERSCHAP
De Vz of zijn vervanger zit het CB voor.
HOOFDSTUK R.08 - VERSCHEIDENE
R.08.1 KNVRO-MEDAILLE
Jaarlijks worden er “KNVRO-Medailles” toegekend aan personen, Eenheden of KNVRO-Groeperingen die zich bijzonder ingezet hebben voor de zaak van de Reservemilitair. De procedures worden beschreven in een technisch reglement.
R.08.2 KENTEKEN VAN DE COMPETITIES
Jaarlijks worden er “Kentekens van de Competities” toegekend om leden van de vereniging te belonen, die zich op een bijzondere wijze hebben onderscheiden als daadwerkelijke deelnemers aan de proeven van de militaire competities voor Reservemilitairen op nationaal vlak en/of op internationaal vlak. De procedures worden beschreven in een technisch reglement.
UNION ROYALE NATIONALE
DES OFFICIERS DE RÉSERVE DE BELGIQUE asbl
(URNOR asbl)
(numéro d'entreprise 408649617)
RÈGLEMENT D’ORDRE INTÉRIEUR
(version 2012)
(approuvé par le CA de URNOR asbl le 07 Mar 2012 et le 28 Mar 2012)
CHAPITRE R 01 - ABRÉVIATIONS ET MODIFICATIONS RÉGLEMENTÉES
R.01 OBJET ET VALIDITÉ
Le présent Règlement d’Ordre Intérieur (ROI) est établi conformément à l’article S.01.8.b des statuts. Il a pour objet de définir avec précision les modalités d'exécution des principes généraux énoncés dans les statuts. La référence aux articles des statuts et du ROI est parallèle.
R.01.0 ABRÉVIATIONS UTILISÉES
AG Assemblée Générale
BA Bureau Adjoint
BC Bureau Central
CA Conseil d’Administration
CEM Chef d’État-major
CIOMR Confédération Interalliée des Officiers Médicaux de Réserve
CIOR Confédération Interalliée des Officiers de Réserve
Gpt Groupement(s)
KNVRO Koninklijke Nationale Vereniging van de ReserveOfficieren van België vzw
MOD Ministre de la Défense Nationale
ME Membre effectif
MR Militaire de Réserve
OL Officier de liaison
OR Officier de Réserve
Pdt Président de l’URNOR
R article du ROI
ROI Règlement d’Ordre Intérieur
S article des Statuts
URNOR Union Royale Nationale des Officiers de Réserve de Belgique asbl
VP Vice-Président
R.01.1 PUBLICATIONS ET MODIFICATIONS
Les statuts de l’URNOR ont paru dans les Annexes du Moniteur Belge du 2 Fev 1935 et les modifications ont paru en date des 16 Mar 1935, 13 Mai 1939, 20 Mai 1965, 15 Mar 1973, 24 Jun 1976, 5 Fev 1981, 23 Sep 1986, 30 Aug 1990, 24 Dec 1998, 19 Oct 2000 en 17 Aug 2005.
R.01.2 ADHÉSION ET CONFÉDÉRATION
Le CA peut autoriser l’adhésion de l’URNOR à des ensembles plus vastes regroupant des associations à but semblable.
R.01.3 ASSOCIATIONS INTERNATIONALES
- L’URNOR est affiliée la Confédération Interalliée des Officiers de Réserve (CIOR, ou, en anglais, Interallied Confederation of Reserve Officers, ICRO). L’URNOR y a droit à un siège au Comité exécutif, occupé par son Chef de délégation (le Vice-président belge ou VP/CIOR(BE) ; voir R. R.07.12.4).
- L’URNOR collabore avec la Confédération Interalliée des Officiers Médicaux de Réserve (CIOMR), par l’intermédiaire de l’Association Royale Nationale des Militaires Médicaux de Réserve (ARNMMR). L’ARNMMR y a droit à un siège au Comité exécutif, occupé par son Chef de délégation (le Vice-président belge ou VP/CIOMR(BE)), désigné de commun accord par le Pdt de l’URNOR et par le Pdt de l’ARNMMR, conformément à la convention passée entre ces deux associations.
CHAPITRE R 02 - ORGANISATION
R.02.1 Les Gpt forment la base de l’organisation de l’URNOR.
R.02.11 CATÉGORIES
- Gpt locaux ou régionaux de MR de toutes Composantes, Armes et Services.
- Gpt réunissant des MR par Composante, Arme ou Service, par unité, rang ou qualité.
R.02.12 RÉGIME LINGUISTIQUE ENVERS L’URNOR
- Les Gpt locaux ou régionaux sont considérés comme ressortissant au régime linguistique légal de la localité où ils ont établi leur siège.
- Les Gpt réunissant les MR d'une même unité unilingue sont considérés comme ressortissant au régime linguistique militaire de l'unité; les autres sont :
- unilingues pour autant que tous leurs membres appartiennent au même régime linguistique militaire,
- bilingues dans le cas contraire.
- Les Gpt bilingues peuvent utiliser les deux langues de travail de l’URNOR pour leurs relations administratives avec l’URNOR.
- Les Gpt établis en région avec régime linguistique germanophone utiliseront le français pour leurs relations administratives avec l’URNOR.
R.02.13 OBJECTIFS
- Les Gpt locaux ou régionaux s’attachent à :
- resserrer les liens d'amitié et de solidarité entre leurs membres,
- promouvoir une information et un perfectionnement militaires d'ordre général,
- établir des contacts avec les autres Gpt URNOR, les MR en général, les autorités militaires et civiles locales ou régionales et les établissements d'enseignement de leur ressort.
- Les Gpt nationaux s’attachent à :
- resserrer les liens d'amitié et de solidarité entre leurs membres,
- promouvoir une information et un perfectionnement militaires spécialisés,
- établir des contacts avec les autres Gpt URNOR, les MR de leur spécialité, les autorités militaires de leur niveau.
R.02.14 RESSOURCES
Les Gpt tirent leurs ressources :
- des cotisations annuelles de leurs membres, dont le montant est fixé par l’AG de chaque Gpt,
- des subventions de l’URNOR,
- des dons et autres ressources.
R.02.15 OBLIGATIONS DES GROUPEMENTS
Les Gpt sont tenus à :
- Acquitter, pour tous leurs membres répertoriés à l’URNOR comme ayant choisi ce Gpt pour leur affiliation principale (voir R.03.13) la cotisation due à l’URNOR
Le payement se fera en deux tranches avec échéances le 30 avril et le 31 octobre. Le montant de la première tranche sera égal à la cotisation pour un nombre de membres égal aux deux tiers du nombre de membres de l’année précédente. Cette cotisation est non-remboursable par l’URNOR. La seconde tranche correspondra à la cotisation relative à tous les membres au 30 septembre, diminué du montant déjà payé,
- Communiquer à l’échéance du 30 avril, au secrétariat de l’URNOR, la situation des membres affiliés réglementairement à cette date. À l’échéance du 30 septembre ils signaleront ceux qui ont été inscrits entretemps. Après cette date, des inscriptions supplémentaires peuvent être acceptées pour autant que le paiement de la cotisation correspondante soit enregistré à l’URNOR avant le 31 décembre.
- Aviser immédiatement le secrétariat de l’URNOR de toute sortie des listes de membres, à l’initiative de l’intéressé ou par décision du groupement.
- Réunir annuellement leurs membres en AG, en temps utile pour respecter les obligations de R.02.15.f. Cette AG doit notamment désigner les ME URNOR et élire ses dirigeants parmi ses membres affiliés ou adhérents à l’URNOR.
- Introduire au secrétariat URNOR, à sa demande, la liste de leurs membres effectifs conformément à R.04.25.
- Introduire au secrétariat URNOR, à sa demande, la liste de leurs candidats administrateurs conformément à R.05.22.
- Introduire au secrétariat URNOR, au 15 juin, 15 novembre et 20 décembre, les demandes d’allocations de subsides par l’URNOR, conformément à R.02.14b et au règlement financier.
- Diffuser auprès de leurs membres les communications et publications qui leur ont été envoyées par l’URNOR à cet effet.
R.02.2 RECONNAISSANCE DES GROUPEMENTS
R.02.21 CONDITIONS
Pour être et rester reconnu par l’URNOR, un Gpt doit :
- répondre à tous les critères énumérés en R.02.13 et R.02.15,
- compter avec affiliation principale à l’URNOR au moins 10 membres affiliés ou adhérents,
- s’engager à respecter les statuts, le ROI et les décisions de l’URNOR.
R.02.22 PROCÉDURE
La demande de reconnaissance doit être introduite auprès du CA de l’URNOR en référence aux critères et conditions énumérés en R.02.21.
Le CA de l’URNOR statuera souverainement, à la majorité simple, sur la demande de reconnaissance introduite.
En cas de décision négative, les objections du CA seront communiquées au requérant, qui est autorisé à réintroduire sa demande en tenant compte des objections.
Le CA peut rendre son accord d'affiliation conditionnel durant la première année.
Après son affiliation, le Gpt doit faire mention de son agréation sur tous ses documents et régler immédiatement la première tranche de cotisation.
R.02.3 RADIATION : voir S.02.4
CHAPITRE R 03 - MEMBRES
R.03.1 AFFILIATION
R.03.11 INSCRIPTION
Les membres d’un Gpt reconnu ne sont considérés comme membre de l’URNOR que si les formalités suivantes ont été accomplies :
- le Gpt doit avoir fait parvenir les informations nécessaires au secrétariat URNOR,
- le Gpt doit avoir crédité le compte de l’URNOR de la cotisation due (cf R.02.15).
R.03.12 CATÉGORIES
- via les Gpt reconnus :
- membre affilié : voir S.03.1 et S.03.2.a.
- membre effectif (ME) : membre affilié délégué par son Gpt à l’AG de l’URNOR, conformément à R.04.25 et voir S.04.1. et S.04.2,
- membre adhérent : voir S.03.2.b,
- membre sympathisant : voir S.03.1 et S.03.3.a.
- directement auprès de l’URNOR :
- membre adhérent : voir S.03.1 et S.03.2,
- membre sympathisant ou d'honneur : voir S.03.3.b.
R.03.13 AFFILIATIONS MULTIPLES
Le MR peut s’affilier simultanément à plusieurs Gpt URNOR. Il choisira laquelle de ces affiliations est à considérer comme affiliation principale.
Ses autres affiliations sont qualifiées de secondaires ; elles ne donnent pas lieu à versement de cotisation à l’URNOR par le Gpt et n’entrent pas en considération pour le calcul des ME du Gpt. Il devra informer ces Gpt de son choix.
R.03.14 COTISATION À L’URNOR
Le montant de la cotisation à l’URNOR est fixé annuellement, pour l’exercice suivant par décision de l’AG sur proposition introduite par le CA.
R.03.2 DÉMISSION
Le Gpt est tenu d’aviser au plus tôt l’URNOR de toute démission d’un de ses membres au courant de l’année.
R.03.3 RADIATION
- L’AG d’un Gpt peut prononcer la radiation d’un de ses membres à la majorité des deux tiers. Cette radiation entraîne automatiquement la radiation de l’URNOR au titre du Gpt concerné.
- Le Gpt est tenu d’aviser au plus tôt l’URNOR de cette radiation (voir R.02.15.c).
- Si le Gpt veut s’opposer à ce que son membre radié reste ou redevienne membre de l’URNOR via un autre Gpt reconnu, il en avertira explicitement l’URNOR avec mention de ses motifs.
R.03.4 PERTE DE LA QUALITÉ DE MEMBRE
- Perd d’office la qualité de membre celui qui cesse de satisfaire aux conditions prévues en R.03.11, R.03.12, R.03.2 ou dont le Gpt cesse de satisfaire aux conditions prévues en R.02.21.
- Peut être exclu par mesure disciplinaire, par vote de l’AG/URNOR exprimé à la majorité des deux tiers des voix des ME présents ou représentés, un membre qui aurait manqué gravement à ses devoirs de militaire ou tenté de détourner l’URNOR de son objet social. Le CA/URNOR peut entretemps décider sa suspension provisoire jusqu’à l’AG, par vote exprimé à la majorité des deux tiers des administrateurs présents ou représentés.
- Ni les anciens membres, ni leurs héritiers ne peuvent faire valoir un droit quelconque sur l’avoir de l’URNOR. Ils ne peuvent réclamer ni le remboursement de cotisations versées, ni la restitution de compte, ni l’inventaire, ni faire apposer les scellés.
CHAPITRE R 04 - ASSEMBLÉE GÉNÉRALE (AG)
R.04.1 COMPOSITION
L’AG est composée de :
- avec droit de vote : les ME désignés par les Gpt pour les représenter (R.03.12 a-2)
- avec voix consultative et droit d’interpellation, mais sans droit de vote :
- les membres du BC, qui ne sont pas ME,
- les administrateurs sortants, qui ne sont pas ME,
- les vérificateurs des comptes, qui ne sont pas ME,
- sans voix consultative, ni droit d’interpellation, ni droit de vote : les autres membres de l’URNOR.
R.04.2 ÉLECTION ET MANDAT DES MEMBRES EFFECTIFS (ME)
R.04.21 CRITÈRE D’ÉLIGIBILITÉ
Les ME doivent être membres affiliés.
R.04.22 CANDIDATURE
Les ME sont délégués par leur Gpt.
R.04.23 NOMBRE
Les Gpt ont droit à au moins un ME et un ME supplémentaire par tranche entamée de vingt membres affiliés, inscrits en affiliation principale, qui ont été inscrits réglementairement, suivant R.02.15.b, au secrétariat URNOR avant le 31 décembre précédant l’AG et dont la cotisation a été acquittée.
R.04.24 RÔLE LINGUISTIQUE
Les Gpt ayant des ME des deux rôles linguistiques doivent dénombrer séparément leurs membres ressortissant au rôle linguistique militaire français et néerlandais pour déterminer proportionnellement leurs ME ressortissant au rôle linguistique français et néerlandais, sans toutefois dépasser le nombre fixé par R.04.23.
R.04.25 ADMISSION
Pour être admis régulièrement à l’AG les ME doivent avoir été renseignés au secrétariat URNOR, en faisant explicitement mention du rôle linguistique militaire auquel ils appartiennent.
R.04.26 DOCUMENTATION
Le Gpt peut demander au secrétariat de l’URNOR les Statuts et le ROI pour ses membres qui seront désignés ME URNOR pour la première fois
R.04.3 COMPÉTENCES ET POUVOIRS
R.04.31 L’AG peut constituer en son sein des commissions chargées d’examiner des problèmes particuliers.
R.04.32 L’AG peut inviter toute personnalité extérieure à l’éclairer ou désigner des observateurs spécialisés.
R.04.4 RÉUNIONS
R.04.41 CONVOCATION
L’AG est convoquée par lettre circulaire mentionnant l’ordre du jour, expédiée aux ME régulièrement désignés suivant R.04.21 à 24, au minimum deux semaines avant l’AG.
R.04.42 ORDRE DU JOUR
L’ordre du jour est fixé par le CA en sa séance précédant l’AG.
R.04.43 vote pour la constitution du CA
Quand les ME se présentent pour la signature sur la liste de présence à l’AG, ils reçoivent les bulletins de vote.
R.04.44 QUORUM
L’AG délibère valablement dès que la moitié du nombre des ME plus un est présente ou régulièrement représentée selon les signatures sur la liste de présences, sauf quorum spécial prévu par la loi.
R.04.45 SCRUTATEURS
Deux scrutateurs non-candidats administrateurs et non-membres du BC ressortissant l’un au rôle linguistique personnel militaire français, l’autre au rôle néerlandais, sont désignés au début de chaque AG parmi les ME.
R.04.46 VOTE LORS DE L’AG
- Chaque ME dispose d’une voix.
- Chaque ME présent à une AG peut participer aux votes avec maximum deux procurations de ME.
- Sous réserve de l’art R.03.4.2 et les majorités spéciales prévues par la loi relative aux ASBL, l’AG statue à la majorité simple.
- La procédure habituelle doit être le vote public.
Le Pdt ou l’un de ses collaborateurs invitera successivement chaque ME à se prononcer.
Le ME se prononcera clairement par oui (ou en faveur), par non (ou contre), ou par abstention. Dans le but de raccourcir la procédure de vote, le Président de l’assemblée a le pouvoir de s’abstenir de procéder au vote nominal s’il constate l’unanimité ou une large majorité. Des éventuels opposants ont le droit de faire acter leur opposition.
- Dans le but d’éclairer la réunion, le Pdt peut inviter certains ME à motiver leur abstention.
- Si l’AG est appelée à se prononcer sur un cas mettant en cause une personne, elle procède par vote secret.
- Le vote secret doit également être appliqué à la demande du Pdt ou du tiers des ME présents et représentés.
R.04.47 DÉCHARGE DES ADMINISTRATEURS ET DES VÉRIFICATEURS DES COMPTES
- Deux vérificateurs des comptes et deux suppléants sont désignés à chaque AG annuelle ordinaire parmi les membres affiliés en vue de procéder aux vérifications des comptes durant l’année précédant l’AG annuelle ordinaire suivante à laquelle ils feront rapport.
- Les administrateurs sortants ne peuvent prendre part aux votes donnant décharge aux administrateurs, ni directement, ni indirectement par procuration.
R.04.5 PRÉSIDENCE DE L’AG
R.04.51 Règle générale : l’AG est présidée par le Pdt ou, en son absence, par un VP, conformément à l’art R.06.3.
R.04.52 L’AG coïncidant avec la fin du mandat du Pdt, est présidée de bout en bout par le Pdt sortant, y compris les opérations d’élection du nouveau CA.
R.04.6 PROCÈS-VERBAL
Le registre qui sera accessible aux seuls ME lors de chaque AG, peut également être consulté au secrétariat de l'URNOR, moyennant demande au Pdt.
Des extraits ne sont fournis que moyennant demande écrite avec justification sur laquelle le CA/URNOR aurait marqué son accord. Deux administrateurs signeront le PV de l’AG “pour authentique”.
CHAPITRE R 05 - CONSEIL D’ADMINISTRATION (CA)
R.05.1 COMPOSITION
Le CA est composé d’administrateurs élus par l’AG pour gérer l’URNOR.
Les membres du BC non administrateurs assistent au CA, avec voix consultative.
R.05.2 ÉLECTION ET MANDAT
R.05.21 CRITÈRE D’ÉLIGIBILITÉ
Les candidats doivent être ME.
Les candidatures contresignées par les candidats doivent être introduites par les Gpt au secrétariat URNOR, au plus tard à la date indiquée dans la demande.
Les Gpt ayant des ME des deux rôles linguistiques présentent obligatoirement des candidats ressortissant aux deux rôles linguistiques (français et néerlandais).
R.05.22 CANDIDATURES
Les Gpt mentionneront séparément un maximum de trois candidats dans leur rôle linguistique pour :
- le premier tour, un candidat
- les tours suivants, deux candidats
Les Gpt bilingues peuvent, s’ils le souhaitent, présenter un candidat francophone et un candidat néerlandophone pour le premier tour ; ils sont tous les deux éligibles.
Les Gpt bilingues peuvent présenter deux candidats par rôle linguistique aux tours suivants.
Par candidat, il faut mentionner le nom, prénom, rôle linguistique, grade et date d’entrée dans la réserve.
R.05.23 SCRUTIN
R.05.23.1 Chaque ME, présent ou représenté, possède une voix par tour de scrutin.
R.05.23.2 Ils se prononcent exclusivement pour des candidats de leur propre régime linguistique militaire.
R.05.23.3 Le nombre d’élus appartenant au même Gpt ne peut dépasser le maximum de trois.
R.05.23.4 Le premier tour de scrutin : un seul candidat par rôle linguistique et par Gpt peut être élu. Pour les Gpt bilingues, deux candidats, un par rôle linguistique, peuvent être élus.
R.05.23.5 Au cas où le premier tour de scrutin ne pourvoirait pas à l’élection du quota statutaire d’administrateurs, l’AG procédera à un tour de scrutin complémentaire :
- Les candidats par rôle linguistique ayant obtenu le plus grand nombre de voix seront élus tenant compte du point c.
- Si pour les derniers mandats à pourvoir, il y a égalité de voix, seront élus les candidats dont la date d’entrée dans la réserve est la plus ancienne.
- En cas de défaut de candidats inscrits au préalable pour les derniers mandats, le Président de l’AG peut acter des candidatures séance tenante parmi les présents en tenant compte de l'article R.05.23.3.
R.05.24 RÉÉLECTION
Les administrateurs sortants sont rééligibles.
R.05.3 QUORUM ET ASSIDUITÉ
R.05.31 Si le quorum n’est pas atteint, le Pdt ou son remplaçant peut, nonobstant l’art S.05.3.d, décider d’informer les administrateurs présents.
R.05.32 Au cas où un administrateur, au cours d’un même mandat, resterait absent à trois réunions, consécutives ou non, sans se faire représenter en faisant usage de procurations, le CA pourra prononcer sa suspension après l’avoir invité à s’expliquer. Son remplacement se fera selon R.05.8.
R.05.4 COMPÉTENCE
R.05.41 COMMISSIONS ET CONSEIL DE CONCILIATION
R.05.41.1 Le CA peut constituer en son sein des commissions chargées d’examiner ou d’étudier des problèmes particuliers.
R.05.41.2 Le CA pourra constituer un conseil de conciliation composé de quatre membres dont deux peuvent être présentés par le Gpt ou le MR intéressé.
Ce conseil de conciliation est présidé par le Pdt ou par un VP désigné par lui.
Ce conseil de conciliation sera chargé de trouver un arrangement à l’amiable de tout litige se rapportant soit à l’application des Statuts ou du ROI soit aux questions d’honneur.
A défaut de conciliation, il établira un rapport succinct des thèses en présence.
R.05.42 Afin de l’éclairer, le CA peut inviter toute personnalité ou désigner des observateurs spécialisés.
R.05.5 RÉUNIONS
R.05.51 CALENDRIER
- Le calendrier des réunions du CA est communiqué par le Pdt lors du premier CA suivant l’AG.
- Les membres élus au sein d’un nouveau CA se réunissent immédiatement pendant une interruption de l’AG décidée à cet effet par le Président de l’AG afin d’élire un nouveau Pdt.
Cette séance spéciale du CA sera présidée par l'administrateur le plus ancien dans le grade le plus élevé.
R.05.52 VOTE
R.05.52.1 Le CA statue à la majorité simple sauf quand une majorité qualifiée est stipulée par les statuts ou le ROI.
R.05.52.2 La procédure habituelle doit être le vote public.
Successivement le président de la réunion ou l’un de ses collaborateurs invitera chaque administrateur à se prononcer.
L’administrateur fera acter son vote d’une manière indiscutable en se prononçant clairement: par oui (ou en faveur), par non (ou contre) ou par abstention.
R.05.52.3 Dans le but de raccourcir les opérations, le président de la réunion a le pouvoir de consulter d'abord le CA si une décision à l'unanimité ou à large majorité est possible.
R.05.52.4 Dans le but d'éclairer la réunion, le président de la réunion peut inviter les administrateurs à motiver leur abstention.
R.05.52.5 Si le CA est appelé à se prononcer sur un cas mettant en cause une personne, il procède par vote secret.
R.05.52.6 Le vote secret doit également être appliqué à la demande du Pdt ou son remplaçant ou si le tiers des administrateurs présents ou représentés le souhaite.
R.05.53 PROCÈS-VERBAL
Un procès-verbal des débats du CA est établi à chaque séance et soumis à l’approbation du conseil suivant. II est ensuite signé par deux administrateurs et archivé.
R.05.6 PRÉSIDENCE
Le Pdt préside le CA.
En cas d'empêchement du Pdt, le CA est présidé par son remplaçant (voir R.06.3).
R.05.7 RESPONSABILITÉ DES ADMINISTRATEURS
R.05.71 Sans préjudice de l’attachement privilégié qui lie les administrateurs à leur Gpt, ils sont tenus, au sein du CA, de poursuivre les objectifs de l’URNOR dans l’intérêt de l’ensemble des MR.
R.05.72 Les décisions de l’URNOR n’engagent pas les administrateurs à titre personnel.
Leur responsabilité se limite à l’exercice de leur mandat et aux fautes commises dans leur gestion.
R.05.8 DÉMISSION, DÉCÈS ET RÉVOCATION D’UN ADMINISTRATEUR
R.05.81 En cas de décès, démission ou révocation d’un administrateur, son Gpt désigne un observateur au CA en attendant l’AG suivante.
R.05.82 L’administrateur sortant honorablement des cadres durant l’exécution de son mandat est autorisé à rester administrateur jusqu’à l’AG suivante.
R.05.83
- Le CA, à la majorité des deux tiers des administrateurs présents ou représentés, peut suspendre le mandat d’un administrateur auquel il reproche des fautes graves ou nuisibles à l’URNOR, après avoir invité l’intéressé à s’expliquer et doit convoquer endéans les trois mois une AG qui statuera sur la demande de révocation.
- II peut demander aux ME du même rôle linguistique lors de l’AG la révocation de cet administrateur suspendu et entre-temps pourvoir à son remplacement selon R.05.81.
CHAPITRE R 06 - LE PRÉSIDENT (Pdt)
R.06.1 CRITÈRES D’ÉLIGIBILITÉ
Conditions auxquelles doit satisfaire le Pdt :
- être administrateur,
- être officier supérieur.
R.06.2 ÉLECTION ET MANDAT
R.06.21 CANDIDATURE
Les candidatures doivent être introduites par écrit et parvenir au secrétariat URNOR au plus tard quinze jours calendrier avant l’AG précédant l’échéance du mandat du Pdt en exercice. La demande de renouvellement de mandat doit être introduite dans les mêmes conditions.
R.06.22 ÉLECTION
Le Pdt est élu par le CA se réunissant pendant la suspension de l’AG (voir R.05.51) ayant composé le CA, parmi les candidats selon R.06.21, ou à défaut de candidats, parmi les administrateurs répondant aux critères du R.06.1.
S’il y a plus de deux candidats Pdt et si, après trois tours de scrutin, aucun candidat n’a recueilli la majorité statutaire des deux tiers (voir S.06.2), seuls les deux candidats les mieux classés au troisième tour resteront en lice pour les tours suivants de l’élection.
R.06.23 RESTRICTIONS
Les administrateurs ayant posé leur candidature ne peuvent pas participer au scrutin.
R.06.24 REMPLACEMENT COMME ADMINISTRATEUR ORDINAIRE
Après son élection, le Pdt est remplacé par l’AG comme administrateur ordinaire conformément aux articles R.05. Il en va de même pour les autres candidats à la présidence s’ils démissionnent de leur mandat d’administrateur avant la reprise de l’AG.
R.06.3 PRÉROGATIVES
R.06.31 Toutes les réunions de l’AG, du CA et du BC doivent être présidées par le Pdt. Après son entrée en fonction, le Pdt désigne ses remplaçants et en informe par écrit ou par courriel, le CA et le BC. Il en va de même pour toute modification ultérieure.
R.06.32 Le président des réunions est maître des débats. C’est uniquement à lui qu’il revient d’ouvrir la séance, d’accorder ou refuser la parole, de faire procéder aux votes et d’en faire acter les votes, de clôturer la séance et de prendre toute décision qu’il juge nécessaire pour la bonne marche de la réunion.
R.06.4 BUREAU(X) : voir R.07.
R.06.5 RÉVOCATION
R.06.51 PRINCIPE
Le Pdt ne peut être révoqué que par le CA.
R.06.52 DEMANDE
La révocation doit être demandée par au moins un tiers des administrateurs de chaque rôle linguistique.
R.06.53 EXAMEN
Le CA décide, à la majorité des deux tiers des administrateurs présents ou représentés, d’examiner la demande de révocation.
R.06.54 COMMISSION
Excluant ceux visés sous R.06.52, le CA constitue une commission de trois de ses membres auxquels il ajoute un VP comme observateur et secrétaire.
R.06.55 DÉCISION
Le CA se prononce, à la majorité des deux tiers du total des administrateurs présents ou représentés sur la proposition de révocation ou la motion de confiance formulée par la commission.
R.06.56 INFORMATION DE L’AG
Le CA convoque sans tarder une AG extraordinaire pour l’aviser officiellement de la révocation.
R.06.6 REMPLACEMENT PROVISOIRE
R.06.61 Le Pdt contre lequel une procédure de révocation a été entamée doit se faire remplacer provisoirement.
R.06.62 Si le Pdt n’agit pas selon R.06.61, le CA peut le faire remplacer provisoirement selon R.06.3.
R.06.63 Le Pdt dont la révocation est confirmée est à remplacer par le CA pendant l’AG extraordinaire convoquée spécialement pour prendre connaissance de cette révocation en appliquant l’art R.06.22 à 24.
CHAPITRE R 07 - BUREAU(X)
R.07.1 BUREAU CENTRAL (BC)
R.07.11 COMPOSITION
Outre le Pdt et les membres indispensables au bon fonctionnement de l’URNOR, le BC comporte au moins:
- un VP par rôle linguistique militaire,
- un Chef d’État-major (CEM),
- un officier de liaison (OL) par association internationale mentionnée sous R.01.3.
Une même personne peut assumer plusieurs fonctions.
R.07.12 NOMINATION
R.07.12.1 Le Pdt est libre dans le choix de ses collaborateurs parmi les membres affiliés. Il veillera à limiter autant que possible le nombre de membres de son Bureau.
R.07.12.2 Le Pdt présente les membres de son BC au CA pour ratification.
R.07.12.3 Les membres du BC sortant du cadre de réserve pour motif honorable, peuvent terminer leur mandat.
R.07.12.4 Le Pdt est d’office VP/CIOR (BE).mais il peut décider de se faire remplacer pour cette fonction par l’OL CIOR
R.07.12.5 Entre la réunion spéciale du CA le désignant comme Pdt et la première réunion normale du nouveau CA, le Pdt peut faire appel aux compétences qu'il jugera utiles à la bonne marche de l'URNOR, e.a. aux titulaires des signatures déposées.
R.07.12.6 En cas de décès, de démission ou de révocation du Pdt, le bureau, présidé par son remplaçant (voir R.06.3), reste en fonction jusqu’à l’élection d’un nouveau Pdt.
R.07.13 COMPÉTENCES
Lors de la composition du Bureau, le Pdt rédigera un règlement technique reprenant les missions et obligations de chaque membre de ce Bureau. Ce règlement technique sera communiqué au CA, lors de la présentation des membres du Bureau.
R.07.2 BUREAU ADJOINT (BA)
Les adjoints aux membres du BC forment le BA. Ils assistent lesmembres du BC dans l’exercice de leur mission et sont affectés à des tâches spécifiques.
Des chargés de mission peuvent leur être temporairement adjoints.
R.07.3 SIGNATURE
- Les actes qui engagent l’URNOR vis-à-vis de tiers doivent être signés par le Pdt et deux administrateurs.
- Le courrier journalier est signé par le Pdt, un VP ou le membre du BC concerné. La copie aux archives doit porter le paraphe du Pdt.
Les extraits ou copies des procès-verbaux de l’AG, du CA, du BC ou autres sessions nationales, à délivrer aux membres ou aux tiers intéressés seront signés par le secrétaire et contresignés par le Pdt ou son remplaçant (voir R.06.3).
R.07.4 RÉUNIONS
R.07.41 CALENDRIER
Le BC se réunit au moins cinq fois par an, dans l’intervalle des réunions du CA. II peut en outre être convoqué si un quart des membres du BC en fait la demande ou si le Pdt l’estime nécessaire.
Les membres du BA peuvent être invités à assister à ces réunions.
R.07.42 PRÉSIDENCE
Le BC est présidé par le Pdt ou son remplaçant.
CHAPITRE R 08 - DIVERS
R.08.1 MÉDAILLE DE L’URNOR
Des “Médailles URNOR” sont attribuées annuellement à des personnes, des Unités ou des Groupements URNOR qui se sont particulièrement dévoués pour la cause du Militaire de Réserve. Les procédures sont précisées dans un règlement technique.
R.08.2 INSIGNE DES COMPÉTITIONS
Des “Insignes des Compétitions” sont attribués annuellement afin de récompenser les membres de l’association qui se sont particulièrement distingués comme participants actifs aux épreuves des compétitions militaires ouvertes aux Militaires de Réserve au niveau national et/ou au niveau international. Les procédures sont précisées dans un règlement technique.
